29
mrt

'Sluit deel van spoeddiensten'

Geschreven door BONDGENOOT ZZ
Hoe vreselijk de aanslagen in Brussel ook waren, geen enkel ziekenhuis raakte overbelast en de spoeddiensten konden de opvang van de vele slachtoffers aan. Maar los van rampen, zegt het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg, is er sprake van een overaanbod aan spoeddiensten. Een deel daarvan zou dus best worden gesloten, en het beschikbare budget en de expertise kunnen worden verdeeld over minder ziekenhuizen. Dat staat in een rapport dat vandaag verschijnt.

Over de spoeddiensten is de jongste jaren veel gezegd en geschreven. Dat ze zich in bochten moeten wringen om steeds voldoende personeel te hebben voor de permanentie. Dat ze verlieslatend zijn en proberen dat te compenseren door patiënten veel dure onderzoeken te laten ondergaan, zoals radiografieën. Dat sommige spoeddiensten zelfs frauderen met facturen om geld in het laatje te krijgen. En dat almaar meer patiënten naar spoeddiensten gaan voor een verkoudheid met koorts of een kleine wonde.

Overconcentratie in steden
Het KCE heeft de organisatie en de financiering van spoeddiensten onder de loep genomen. De onderzoekers spraken met vertegenwoordigers van het artsenkorps, de ziekenhuizen en de overheid, en ze keken hoe buurlanden de spoedhulp organiseren. 'Het budget en het personeel voor de spoeddiensten zijn in ons land ontoereikend omdat ze over te veel ziekenhuizen verdeeld moeten worden', zegt Koen Van den Heede, medeauteur van het rapport.
Vandaag heeft elk Belgisch ziekenhuis (op één na) een spoedgevallendienst. In de steden leidt dat tot een zeer hoge concentratie van spoeddiensten die zeer dicht bij elkaar liggen.

Er is dus vandaag bijna overal wel een spoeddienst in de buurt. Daardoor trekken patiënten er vaker naartoe dan naar de huisartsenwachtposten, die minder bekend zijn. Daar zouden patiënten met minder spoedeisende problemen nochtans veel sneller geholpen kunnen worden dan op de spoed, en voor de ziekteverzekering zou het goedkoper zijn.
Om de patiënten bij de juiste zorgverlener te krijgen, stelt het KCE daarom voor dat naast elke overblijvende spoeddienst een huisartsenwachtpost komt. Die zou 24 uur op 24 en 7 dagen op 7 geopend zijn. Eén centraal triageteam op de ziekenhuissite beslist waar een patiënt best geholpen wordt. Zo komen alleen de ernstige gevallen op de spoed terecht.

Zo'n triage lijkt noodzakelijk. Want uit eigen beweging kiezen te weinig patiënten voor de huisartsenwachtpost. De post op de campus van ZNA Jan Palfijn in Merksem bijvoorbeeld, heeft op een gemiddelde nacht slechts twee tot drie patiënten. 'Mensen schatten hun toestand zelf als ernstiger in dan hij is', zegt Maaike Van Overloop, huisarts op die wachtpost en voorzitter van de huisartsenvereniging Domus Medica. 'En patiënten gaan er bij te veel aandoeningen van uit dat de huisarts hen niet kan helpen. Denk maar aan een wonde die gehecht moet worden.'

'Spoed sluiten is doodsteek'
Minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) gaat ermee akkoord dat de spoedgevallenzorg moet veranderen. 'Vorige week dinsdag is duidelijk gebleken dat goed georganiseerde, performante spoeddiensten een enorme meerwaarde hebben. Maar dat doet niets af aan de overcapaciteit', zegt De Block. Ze belooft ook om de gebrekkige financiering van de spoeddiensten op korte termijn aan te pakken.

Hoeveel en welke spoeddiensten de deuren zouden moeten sluiten, daarover spreken het KCE en de minister zich niet uit. 'Het zal bepaald worden op basis van objectieve criteria zoals het huidige aantal patiënten en de aanrij­tijden', zegt Van den Heede. 'Er mag bijvoorbeeld maximaal 30 tot 45 minuten liggen tussen een oproep bij de alarmcentrale en de aankomst op de spoeddienst.'

Het staat in elk geval vast dat er nog stevig onderhandeld zal worden. De spoeddiensten zijn voor de ziekenhuizen namelijk de 'toegangspoort' voor nieuwe patiënten. 'Een van de stakeholders zei ons dat een spoeddienst sluiten vandaag de doodsteek van het hele ziekenhuis betekent', aldus Van den Heede. 'Want patiënten die zich hebben aangemeld op de spoeddienst stromen door naar andere afdelingen of komen later terug voor een consultatie.'
De spoedartsen zijn wel bereid om over de sluiting van een aantal diensten te praten. 'Iedereen is het erover eens dat er iets moet veranderen', reageert Jan Stroobants, voorzitter van de Vereniging van Belgische Urgentieartsen en diensthoofd Spoed in ZNA Middelheim. 'Er moeten wel goede afspraken gemaakt worden tussen de ziekenhuizen, zodat patiënten nadien wel doorgestuurd kunnen worden naar ziekenhuizen zonder spoeddienst.'

Bron: De Standaard 29 Maart 2016